Intervaltraining is afwisselend hard werken en herstellen, in plaats van constant op hetzelfde tempo doorgaan. Het is een van de krachtigste manieren om sneller te worden, mits je het doseert. Deze gids helpt je veilig te beginnen.
Waarom intervallen werken
Door in blokken hard te werken, verzamel je veel meer minuten op hoge intensiteit dan wanneer je in een keer all-out zou gaan. Die hoge intensiteit prikkelt je maximale zuurstofopname en je vermogen om verzuring te verdragen, precies de eigenschappen die je sneller maken. De rust ertussen laat je net genoeg herstellen om het volgende blok met kwaliteit te draaien.
De knoppen waaraan je draait
- Duur van het blok: korte intervallen (dertig seconden tot twee minuten) voor snelheid en VO2max, langere (drie tot acht minuten) voor je drempel.
- Intensiteit: hoe korter het blok, hoe harder je mag.
- Rust: langer en rustiger herstel maakt elk blok kwalitatiever; korter herstel maakt de sessie zwaarder en meer duurgericht.
- Aantal herhalingen: begin laag en bouw op over de weken.
Begin rustig
De grootste beginnersfout is te vaak en te hard intervallen. Eén tot twee intervalsessies per week is voor de meeste sporters genoeg; de rest van je week is rustige duur. Loop altijd een goede warming-up en cooling-down, en stop een herhaling eerder als je techniek inzakt. Kwaliteit verslaat kwantiteit.
Wil je je intervallen op de juiste tempo's lopen? Bepaal eerst je zones met onze calculators, of laat ons een schema bouwen via je intake.