Wekenlang heb je hard getraind, en nu nadert je doelwedstrijd. Het laatste wat je dan moet doen, is doorstampen. Tapering, het gericht afbouwen in de slotfase, is wat al je harde werk laat renderen. Doe je het goed, dan sta je fris en scherp aan de start.
Waarom afbouwen je sneller maakt
Training bouwt fitheid op, maar laat ook vermoeidheid achter. Tijdens een goede taper laat je die vermoeidheid wegzakken terwijl je je opgebouwde fitheid grotendeels behoudt. Het resultaat is dat je verborgen vorm tevoorschijn komt. Het voelt soms tegenstrijdig om vlak voor je wedstrijd minder te doen, maar precies dat geeft je de scherpte.
Volume omlaag, scherpte vasthouden
De gouden regel: verlaag je volume fors, soms met veertig tot zestig procent, maar houd de intensiteit en de frequentie grotendeels intact. Je blijft dus korte, scherpe prikkels doen, alleen minder en korter. Volledig stilvallen maakt je juist traag en lui. Hoe langer en zwaarder je doelwedstrijd, hoe langer je taper duurt, van een kleine week voor een korte afstand tot twee of drie weken voor een lange triatlon of marathon.
De juiste taper voelt vreemd
Een goede taper geeft je energie over en het knagende gevoel dat je te weinig doet. Dat is precies de bedoeling. Te veel afbouwen maakt je suf, te weinig laat vermoeidheid staan. Wil je het verschil begrijpen tussen deze wedstrijd-taper en de wekelijkse herstelweek, lees dan ons artikel De vergeten herstelweek: tapering vs. unloading. Een taper op maat van jouw wedstrijd plannen we via je intake.