Tempoloop, drempelblok, intervaltraining: het zijn allemaal harde sessies, maar ze doen niet hetzelfde. Wie weet welke sessie welk doel dient, verdeelt zijn week veel slimmer en voorkomt dat hij alles op een hoop gooit.
De drie sleutelsessies
- Tempoloop: een langere inspanning op een doorzettend, marathon-achtig tempo. Traint je vermogen om lang een stevig tempo vast te houden.
- Drempelblokken: blokken op of net onder je lactaatdrempel, comfortabel zwaar. Verhogen het tempo dat je lang kunt volhouden.
- Intervallen: kortere, harde herhalingen ruim boven je drempel. Tillen je maximale zuurstofopname en je snelheid omhoog.
Hoe je ze verdeelt
Voor de meeste recreatieve lopers zijn een tot twee sleutelsessies per week genoeg, met rustige duurlopen ertussen. Combineer niet twee harde sessies op opeenvolgende dagen; je hebt herstel nodig om de volgende met kwaliteit te draaien. Welke je kiest, hangt af van je doel: train je voor een 5 km, dan zwaarder op intervallen; voor een marathon meer op tempo en drempel.
Laat de rest rustig
De sleutelsessies werken alleen als de omliggende dagen echt rustig zijn. Het is de afwisseling tussen hard en rustig die je sneller maakt, niet het stapelen van harde dagen. Bepaal de juiste tempo's voor elke sessie met onze looptempo-calculator.