De wissels zijn de vergeten vierde discipline van de triatlon. Hier liggen gratis seconden, en bij beginners zelfs minuten, voor het oprapen. Met een vaste routine en een doordachte indeling maak je je wissels snel en stressvrij.
T1: van zwemmen naar fietsen
De eerste wissel begint al in het water: ritssluiting van je wetsuit losmaken en je bril en muts afzetten terwijl je naar je plek loopt. Leg je spullen vooraf in een vaste volgorde klaar: bril, helm, schoenen. Helm op en vastklikken voordat je je fiets pakt, dat is bovendien verplicht. Oefen het uittrekken van je wetsuit thuis, want nat rubber kan tegenwerken.
T2: van fietsen naar lopen
De tweede wissel is korter, maar je benen zijn moe. Draai de laatste fietsminuten je benen alvast wat losser met een hogere cadans. Stap af, zet je fiets weg, wissel naar je loopschoenen (met elastische veters scheelt dat tijd) en pak je pet of nummergordel in een vaste beweging. Loop dan rustig je tempo in; te hard wegspurten kost je later meer dan het oplevert.
Oefen je routine
Een snelle wissel is vooral routine. Oefen de handelingen een paar keer apart, zodat je op wedstrijddag niet hoeft na te denken. Een rustige, geoefende wissel verlaagt bovendien je hartslag en je stress, wat je hele race ten goede komt. Een compleet wedstrijdplan, inclusief je wissels, stemmen we af in je intake.