In het water levert techniek vaak meer winst op dan conditie. Zes gerichte oefeningen helpen je efficiënter te zwemmen, zodat je bij dezelfde inspanning sneller gaat. Bouw ze in kleine doses in elke zwemtraining in.
Zes drills die werken
- Glijoefening: afzetten van de wand en zo ver mogelijk doorglijden in een strakke, horizontale houding. Traint je waterligging en weerstand.
- Catch-up: de ene arm wacht voor je hoofd tot de andere is bijgekomen. Vertraagt je slag en verbetert je timing.
- Sculling: kleine vegende handbewegingen om je watergevoel en de catch te trainen.
- Eenarmige slag: zwemmen met een arm terwijl de andere langs je lichaam blijft, voor bewustwording van je rotatie.
- Vingertip drag: je vingertoppen over het water slepen in de teruggaande beweging, voor een hoge elleboog.
- Ademhalingsoefening: tweezijdig ademen op een vast ritme, zodat je naar beide kanten kunt happen.
Hoe je oefent
Doe drills aan het begin van je training, als je nog fris bent, en wissel ze af met normaal zwemmen zodat je het goede gevoel meteen toepast. Kwaliteit gaat boven kwantiteit: een paar bewuste baantjes met aandacht doen meer dan eindeloos zwemmen met een slechte slag.
Meet of het werkt
Techniekwinst zie je terug in je tempo bij gelijke inspanning. Test af en toe je CSS-tempo; daalt het zonder dat je fitter bent geworden, dan plukt je techniek vruchten af.